Siegfried in Baden-Baden
Na Rotterdam, Parijs en Dortmund, rondden Yannick Nézet-Séguin en het Rotterdams Philharmonisch Orkest hun Siegfried-toernee gisteren af in het Festspielhaus van Baden-Baden.

Siegfried
Het was een concertante uitvoering, wat een aantal voordelen oplevert. Enerzijds wordt men niet belast met ondoorgrondelijke regievondsten, en anderzijds hoor je plots allerlei dingen in het orkest die je anders niet hoort. Wat Yannick Nézet-Séguin (blijkbaar zijn eerste Siegfried) en het Rotterdams Philharmonisch Orkest presteerden, was ronduit fenomenaal. Vanaf de eerste noten - als hij het woud en de smidse van Mime evoceert - zit je op het puntje van je stoel, alsof hij de verwachting creëert dat er een spannend verhaal verteld gaat worden.
Er was eens...
Bijvoorbeeld een draak. Het tweede bedrijf begint ook met prachtige schilderingen terwijl we een dreigende Fafner in het koper horen snurken. De vogeltjes kwinkeleren vrolijk tijdens het "Waldweben" in de houtblazers terwijl de strijkers een adembenemend tapijt uitspreiden. Of bijvoorbeeld een rots met een slapende Brünnhilde. Met het derde bedrijf horen we een andere Wagner, met een vollere en dikkere orkestrale klank. Maar Nézet-Séguin houdt zijn falanksen perfect onder controle, ook als de solisten voor het voetlicht treden.
Die solisten zijn allemaal doorwinterde Wagner-zangers, waardoor ze geen partituur nodig hebben en uitbundig met elkaar interageren. De handelingen worden pantomime-gewijs uitgebeeld. Zo smeedt Siegfried een onzichtbaar zwaard, ontharnast hij een onzichtbare Brünnhilde, of roert Mime in een onzichtbaar brouwseltje. Ya-Chung Huang hebben we vorig jaar als Mime in Bayreuth gehoord en ook nu zet hij een energieke Nibelung neer, grappig en geniepig tegelijkertijd, met een breed palet aan vocale kleuren. De andere Nibelung is ook een bekende. Samuel Youn was vorig jaar nog Hagen in Dortmund en is nu een dreigende Alberich, die ongegeneerd Wotan uitdaagt.
Brian Mulligan (vorig jaar nog Holländer in het PSK) was een statige Wanderer, die beseft dat het einde van zijn heerschappij ten einde loopt. Hij pulkt wat vaak aan zijn neus, maar problematischer is dat hij vooral in profiel zingt richting de dirigent, waardoor een groot deel van zijn stem in de coulissen verdwijnt... ik zat uiteraard in de verkeerde helft van de zaal. Zijn favoriete walkure was de zwakke schakel in deze bezetting. Rebecca Nash was misschien ooit een goede Brünnhilde, maar haar stem is nu vooral luid en schreeuwerig met weinig nuance.
We kregen dan weer wel veel nuance en een stralende tenor te horen in de rol van Siegfried. De mij onbekende Clay Hilley lijkt me nog vrij jong, al zingt hij momenteel ook Siegfried in Berlijn, maar hij is een fantastische Siegfried. Hij lijkt onvermoeibaar, zijn Schmiedelied doet naar adem happen, hij is teder in het Waldweben als hij over zijn moeder mijmert, strijdvaardig in zijn confrontatie met Wotan. Hopelijk geraakt hij niet te snel opgebrand...
Ook de iets kleinere rollen zijn uitstekend bezet. Wiebke Lehmkuhl laat diepe en donkere Erda-noten majestueus de zaal in rollen. Soloman Howard heeft een hemelse donkere bas, ideaal voor Fafner. En Julie Roset zorgt als Waldvogel voor de frisse toets in dit Ring-sprookje.
Kortom, het was een voorstelling om in te kaderen, en zou de perfectie benaderen met een andere Brünnhilde. Hoe dan ook, is het een serieuze kandidaat voor de operavoorstelling van het jaar...
Publicatie: maandag 27 april 2026 om 09:11
Rubriek: Opera