Il Grand' Inquisitor

Raoul Steffani in Aken

Gisteren week het Festival Vocallis uit naar Aken voor een Schumannrecital met Raoul Steffani en niemand minder dan pianist Severin von Eckardstein.


(foto © Internationaal Festival Vocallis)

De "Hochschule für Musik und Tanz" beschikt over een kleine concertzaal met pakweg 150 plaatsen. Het is een volledig houten doos met een warme akoestiek. Severin von Eckardstein opende het recital met Schumanns Waldszenen als een ouverture tot Dichterliebe, of correcter Zwanzig Lieder und Gesänge aus dem Lyrischen Intermezzo im Buch der Lieder. Inderdaad, twintig en niet de zestien liederen zoals we Dichterliebe kennen. In de oorspronkelijke versie van 1840 had Schumann twintig Heine-liederen getoonzet, maar toen de cyclus vier jaar later gepubliceerd werd bij Peters schrapte hij vier liederen. Die vier liederen zouden later terechtkomen in zijn opus 127 en 142.

Het was dus deze oorspronkelijke versie die gisteren te horen was. Naast het schrappen van die vier liederen, heeft Schumann de cyclus ook muzikaal grondig herwerkt waardoor de muziek op veel vlakken toch opvallend afwijkt van de bekende versie... vooral wat de zangpartij betreft. De zanglijn van Das ist ein Flöten und Geigen is bijvoorbeeld volledig anders. Op het eerste gehoor lijkt de piano niet zo heel veel veranderd. Het was de eerste keer dat ik deze versie hoorde, al bestaat er wel een oude opname van met Thomas Hampson (en Wolfgang Sawallisch), die er ook een uitgebreid essay over geschreven heeft.

Im wunderschönen Monat Mai begint normaal, maar eindigt al meteen anders. Steffani's bariton klinkt heel mooi en rond in deze zaal. In Wenn ich in deine Augen seh' vertedert hij zijn stem voor een liefelijk "ich liebe dich". Hierna komen de eerste twee geschrapte liederen - Dein Angesicht en Lehn' deine Wang' - die logisch in het Dichterliebe-verhaal passen. Tot nu toe had Severin von Eckardstein zich wat op de achtergrond gehouden. Maar vanaf Im Rhein, im heiligen Strome treedt hij prominent op de voorgrond, met een naspel dat aan zijn uitvoering van het Waldszenen-Jagdlied deed denken. In dit lied met al zijn beelden van de Keulse Dom, schilderijen, bloemen en engeltjes had Steffani wel iets meer variatie in zijn stem mogen leggen. Dat deed hij wel met een innige vertolking van Hör' ich das Liedchen klingen of een goed vertelde Ein Jüngling liebt ein Mädchen.

Von Eckardstein legt opvallende accenten in Am leuchtenden Sommermorgen alsof hij de bloemen, die "flüstern und sprechen", plukt. De volgende twee geschrapte liederen kwamen hierna. Een viriele vertolking - zowel van pianist als zanger - van het ridderverhaal Es leuchtet meine Liebe is een logische tegenhanger van Ein Jüngling liebt ein Mädchen. Mein Wagen rollet langsam is sowieso een vreemd lied, maar in combinatie met Ich hab' im Traum geweinet vormt het een nachtmerrie-duo.

Men kan ongetwijfeld lang discuteren of de oerversie of de gepubliceerde versie "beter" is. Schumann zal ongetwijfeld de gepubliceerde versie beter gevonden hebben, anders had hij niet al die wijzigingen aangebracht. Hoe dan ook, de definitieve versie van Aus alten Märchen winkt es is zeker beter dan het origineel dat soms klinkt alsof het vol vocale uitschuivers zit. Een indrukwekkende uitvoering van Die alten, bösen Lieder beëindigde de cyclus, waarbij von Eckardstein in het lange naspel nog een paar extra nagels in de doodskist van de "Jüngling" hamert.

Het was een zeer interessant recital, dat afgesloten werd met één bisnummer... Schumanns Frühlingsnacht uit de Eichendorff-Liederkreis.

Publicatie: zondag 7 juni 2026 om 10:17
Rubriek: Liedrecital