Il Grand' Inquisitor

Young Artist Platform in Zeist

Gisteren vond in Zeist het Young Artist Platform plaats. Zes liedduo's gaven een recital van een half uur en een jury besliste wie volgend jaar een recital mag geven in Zeist en in Oxford...


(foto © Mel Boas)

Elk liedduo was vrij om hun eigen liedrecital samen te stellen zolang het maar in het festivalthema "Terug naar de natuur" past, én als ze het verplicht werk uitvoeren. Dat verplicht werk werd dit jaar gecomponeerd door Jorian van Nee. Thousand ways to die in a climate disaster is vrij expliciet en stuurt de keuze van het programma al in een zekere richting. Het "conceptueel" lied bestaat uit vier blokken - Theme / Forest Fire / The Fisherman / Coda - waaruit elk duo een vrije keuze kan maken wat ze zingen en wat niet, en in welke volgorde ze het willen brengen. Er is veel vrijheid gelaten tot improvisatie, al worden er wel een paar melodieën aangeleverd. Het ene liedduo gaat daar al verder in dan het andere, maar het leverde zes totaal verschillende uitvoeringen op.

Elk duo heeft ook een korte toelichting geschreven bij hun liedkeuze. Zo keek het eerste duo - sopraan Marie Maidowski en pianiste Camille Lemonnier - naar de wijzigende relaties tussen mens en natuur. Het programma werd omkaderd door de moeder-aarde-figuur met Schuberts Die Mutter Erde aan het begin en Coplands Nature, the gentlest Mother aan het einde van hun recital. Als rode draad doorheen hun programma gebruikten ze teksten van Donna Haraway. Ze begonnen daar meteen mee: na een paar openingsakkoorden (later zou blijken dat dit een thema uit het verplicht werk is) las de pianiste een eerste stukje voor. Later zou de zangeres dit doen, telkens weer ingeleid door een variatie op die akkoorden... ze lijken het grappig bedoeld te hebben, maar dat was het niet. Ook het aflezen van wat tekst van een briefje komt niet erg professioneel over. Hun uitvoering kon me ook niet echt overtuigen. Zo begonnen ze vrij hectisch aan Schuberts Schiller-Sehnsucht en zong Maidowski onverstaanbaar Duits. Haar forte op het einde van Unbewegte, laue Luft klonk ook niet echt mooi.

Mezzo Jasperina Verheij en Willem van den Dool beschreven hoe alles met elkaar verbonden is, en willen met hun recital de machtshebbers herinneren aan de gevolgen die hun acties hebben. We hebben dit duo al een paar keer in Zeist gehoord, ze hebben bijvoorbeeld een paar jaar geleden ook deelgenomen aan de master class, en ik vond het toen een veelbelovend duo... maar gisteren kwam dat er niet echt uit. Verheij maakt wel goed contact met het publiek, maar vocaal hapert ze soms met regelmatig ongesteunde noten, waardoor we een soort knipperlichtzang kregen met onduidelijke articulatie. Voor het verplicht werk had ze een dik boek meegebracht waaruit ze het verhaal voorleest over Thousand ways to die in a climate disaster. Ze voegen leuke accenten toe, zoals het trommelen op de snaren van de piano, of een jazzy begeleiding van "Theme".

Als er een prijs zou geweest zijn voor het mooiste programma, dan zou die mogen gaan naar de sopraan Cecilia Rodríguez en Esther Vilar Portillo. Zij hebben zich laten inspireren door de Argentijnse dichteres Alfonsina Storni die in 1938 zelfmoord pleegde in de zee omdat ze niet verder kon leven met de borstkanker waaraan ze leed. Haar afscheidsgedicht "Voy a dormir" werd door Rodríguez tussen de liederen door voorgedragen. Al hun liederen pasten ook in dit thema... bijvoorbeeld Honeggers Chanson des sirènes of de Liszt-versie van Die Loreley. Zelfs het verplicht werk lieten ze erin passen. Maar het zou helemaal mooi geweest zijn als ze met "The Fishermann" gestopt zouden zijn toen ze haar handen vouwde bij het laatste vers "The fisherman passed away ... silently". Ze durfden de "Coda" (wat eigenlijk een kolderstuk is) misschien niet weglaten ? We hadden een winnaar kunnen hebben, als Rodriguez haar talen beter zou beheersen. Als ze in de eerste zin van het eerste lied - "Dans le vent et dans le flot" - al minstens twee uitspraakfouten maakt, dan wordt het moeilijk om mij nog te overtuigen. Maar ik moet wel zeggen dat het laatste lied Alfonsina y el mar, dat Ariel Ramírez schreef naar aanleiding van de dood van Storni, zeer ontroerend was.

De avondsessie begon met de sopraan Emily Jung en pianist Hugo Peres. Zij hadden een programma opgebouwd rond de levenscyclus: van het ontluiken van de natuur tot de dood. Het is een mooi programma dat ook schitterend uitgevoerd werd. Met Wolfs Gesegnet sei das Grün horen we meteen een prachtige en warme sopraan, en tevens de eerste zangeres waarvan elk woord verstaanbaar is. Wolfs Kennst du das Land krijgt een opwindende vertolking. Een gebald mezza voce gezongen "O Vater, lass uns ziehn" zorgde voor een intens slot. Er stonden ook opvallend veel vrouwelijke componisten op het programma, waaronder Die Mainacht in de versie van Fanny Mendelssohn dat door Peres opgezweept werd met een stuwende pianopartij. Ze zingt ook uitstekend Frans, zo horen we een ontroerende tekstbehandeling in Cantique van Nadia Boulanger. Het verplicht werk leek een bijgedachte te worden, maar het werd ook goed uitgeacteerd. Dit duo was trouwens het enige dat "Forest Fire" opnam.

Guyon Mingelen was de enige mannelijke zanger gisteren. Samen met Hugo Maillé hadden ze een wat-als-recital bedacht: wat als de molenaarsknecht gewoon langs het beekje blijft wandelen en niet de afslag naar de molen zou nemen ? Wohin? was het openingslied. Mingelen zingt met een aangename bariton, maar qua expressiviteit blijft het vrij vlak. In Gounods Chanson de printemps (ook mooi Frans) zien we zijn expressie vooral in zijn gezicht en minder in zijn stem. Hun versie van Thousand ways to die in a climate disaster was de meest inventieve van de zes... ze voegden extra tekst toe, zelfs een stukje Gregoriaans na "The fisherman", of hij deed de stem na van een zekere "orange fake clown". Tussen de liederen gaf Mingelen ook toelichting, voor de vuist weg zonder spiekbriefjes... en dat maakt toch een groot verschil als je het vergelijkt met hoe het eerste liedduo dit deed.

Ella Marshall Smith en Julia Seckler hadden een flipover met foto's en tekst meegebracht om hun keuze van de liederen te illustreren (de tekst was wel niet altijd leesbaar). Zij wilden vooruitkijken naar een fictieve, utopische toekomst als de klimaatwijziging gepasseerd is. Ze begonnen met Coplands Nature, the gentlest Mother, één en al liefelijkheid en met een ontroerende tederheid gezongen. Schuberts Heidenröslein begon heel snel, maar ze overtuigde met haar gevarieerde expressie waarmee ze elke strofe uitvoerde. Ze zingt met een lichte sopraan, waarmee ze me zelfs met Epheu kon ontroeren... "ohne Kraft und Selbstgefühl, schmucklos mit verborg'ner Blüte". Na het verplicht werk, rondden ze hun recital af met een prachtige Das himmlische Leben... "Kein' Musik ist ja nicht auf Erden, die uns'rer verglichen kann werden".

Wat mij betreft, vond ik het eerste en het laatste duo van de avondsessie het meest overtuigend... met een lichte voorkeur voor Ella Marshall Smith en Julia Seckler, vooral omwille van hun expressiviteit in hun vertolkingen. Maar de jury koos toch voor Emily Jung en de pianist Hugo Peres. Het is ook een mooie keuze waar ik best mee kan leven.

Publicatie: vrijdag 22 mei 2026 om 13:49
Rubriek: Liedrecital