Il Grand' Inquisitor

Simon Boccanegra in Amsterdam

Het is jaren geleden dat ik nog in Amsterdam geweest ben, maar voor Simon Boccanegra wilde ik de reis nog wel eens ondernemen... niet in het minst omdat ook het Concertgebouworkest in de bak zat onder leiding van Fabio Luisi.


Simon Boccanegra, Amelia (foto © Ben van Duin)

Uiteraard werd de gebruikelijke herziene versie uit 1881 opgevoerd, wat meteen de regisseur Jetske Mijnssen inspireerde om de handeling naar dat jaar te verplaatsen. In het decor van Étienne Pluss zien we geen verwijzingen naar Genua of de zee, tenzij de zon die door een hoog venster binnenschijnt tijdens Amelia's openingsaria. Amelia is een zelfverzekerde vrouw die een extra dimensie meekrijgt door er een lerares van te maken die les geeft aan de meisjes van het hof.

Het decor kan verder opgedeeld worden in aparte ruimtes middels twee uitschuifbare muren. Zo zien we tijdens de Proloog in het midden een kapel achter een wit gordijn, waar de overleden Maria Fiesco opgebaard ligt. Op het einde van de opera zal Boccanegra op hetzelfde altaar zijn laatste adem uitblazen. Zo'n groot monumentaal decor beperkt weer de koorbewegingen omdat ze allemaal langs twee deurtjes moeten op- en afgaan, waardoor bijvoorbeeld de massascène tijdens de Proloog wat rommelig overkwam. De koorregie tijdens de Raadzaalscène was ook wat knullig als de koorleden gevechten tussen volk en patriciërs proberen te evoceren.

Mijnssen vond het tenslotte ook nodig om het slot aan te passen. Nadat Fiesco Gabriele Adorno als de nieuwe doge aankondigt, interpreteert ze de roep van het volk "No, Boccanegra" alsof ze liever Maria Boccanegra als doge willen, waarna Fiesco de dogenkroon (of eerder een burgemeesterssjerp) aan Amelia geeft. Het slaat natuurlijk nergens op - het volk kan nog niet weten dat Amelia Boccanegra's dochter is - maar soit, op zich doet het geen afbreuk aan een verder uitstekende productie.

Dat slot was misschien al enigszins aangekondigd door de manier waarop ze het einde in de raadkamer ensceneerde. Terwijl Amelia haar beroemde triller zingt, wordt ze omgeven door het volk dat tegelijkertijd ostentatief Boccanegra de rug toekeert. Federica Lombardi zingt een prachtige Amelia met een mooi gevoerde sopraan, met een warme "Come in quest'ora bruna" terwijl de meisjes rekensommen maken. Riccardo Massi was een opwindende Gabriele Adorno, die vooral op zijn best is tijdens het eerste bedrijf in zijn duet met Amelia, "Vieni a mirar la cerula", en de aansluitende stretta. Zijn aria "Sento avvampar nell'anima" kreeg wel applaus, maar op dat moment had zijn hoogte al wat aan straalkracht verloren.

Simon Boccanegra wordt in de regel enkel opgevoerd als je een schitterende Boccanegra ter beschikking hebt. George Petean hebben we al vaker in grote Verdi-partijen gehoord en zijn Boccanegra is zeker indrukwekkend als hij met "Plebe! Patrizi! Popolo" rust brengt, al was het spijtig dat hij zijn mezza voce niet onder controle houdt voor de finale "Figlia..." na de herkenningsscène met Amelia. Puur vocaal viel er verder weinig af te dingen op zijn prestatie, al kon hij mij niet ontroeren, zelfs niet tijdens zijn sterfscène (het hielp ook niet dat de helft van de zaal in een lach schiet als hij op het altaar kruipt en dan met een bonk doodvalt). Op dat vlak kan hij niet tippen aan de herinnering van Andrzej Dobber die deze rol twintig jaar geleden hier in Amsterdam gezongen heeft.

De enige zanger die me wel echt kon ontroeren was Georg Zeppenfeld als Fiesco. De man is een fenomeen... ook in het Italiaans repertoire, als zijn prachtige bas moeiteloos en onwaarschijnlijk traag de zaal instroomt tijdens "Il lacerato spirito". Ontroerend deed hij bijvoorbeeld wel in zijn scène met Adorno, "No, la figlia dei Grimaldi morì". Tenslotte mag Germán Olvera ook niet onvermeld blijven als een overtuigende Paolo Albiani, in wiens bariton ik op termijn ook wel ruimte hoor voor grotere Verdi-rollen.

Publicatie: maandag 29 juni 2026 om 08:41
Rubriek: Opera