Il Grand' Inquisitor

Die Walküre in Erl

Met Die Walküre begint de Ring pas echt, na de "Vorabend" van Das Rheingold. Als de kwaliteit van deze avond zich doorzet, zou de Fassbaender-Ring wel eens een juweeltje kunnen worden... of zeg maar gerust een serieus Juweel.


walkuren, Wotan, Brünnhilde (foto © Xiomara Bender)

In vergelijking met Das Rheingold gebeurt er op scenisch vlak veel minder, maar Brigitte Fassbaender trekt voluit de kaart van een boeiende personenregie... die de zangers ook heel overtuigend kunnen overbrengen. Het "menselijke" eerste bedrijf speelt zich af rond een salontafeltje met een paar gezellige zetels, waarachter een boom tot in de hemel rijkt en toevallig een zwaard steekt. Siegmund komt binnengevallen, Sieglinde geeft hem een glas water en een glas wijn, dat hij haar ook aanbiedt. Het is waarschijnlijk de eerste keer dat ze wijn drinkt. Hunding laat zich vergezellen door twee kompanen, waardoor de dreiging tegenover Siegmund nog wat groter wordt. Hunding giet ook glazen wijn uit, maar - opvallend - enkel voor de mannen... Het zijn dit soort details die de voorstelling fris en boeiend houden.

In de godenwereld van het tweede bedrijf zijn de echtelijke verhoudingen omgedraaid. Fricka komt op met een masker in de vorm van een ramskop (vergelijkbaar met de cobrakop van Alberich). Ze laat Wotan figuurlijk alle hoeken van de kamer zien om hem duidelijk te maken dat Siegmund niet mag zegevieren tegenover Hunding. Na Frickas "Wann ward es erlebt, dass leiblich Geschwister sich liebten?" probeert hij er zich nog lacherig vanaf te maken met "Heut' hast du's erlebt!", maar een strijdvaardige Fricka wint de strijd... en Siegmund zal sterven, evenals Hunding. De contracten die Wotan zat te schrijven aan zijn bureau worden zijn eigen ondergang.


Sieglinde, Hunding (foto © Xiomara Bender)

De Rheingold-Fafner hoorden we nu terug als Hunding. Anthony Robin Schneider heeft weliswaar geen bulderende zwarte bas, maar hij kan vocaal voldoende dreigen. Irina Simmes is een mooie Sieglinde. In het eerste bedrijf lijkt ze nog iets te lyrisch, maar in het derde bedrijf houdt ze zich voortreffelijk staande tussen het walkurengeweld. Maar het is Marco Jentzsch die in het eerste bedrijf de hoofdvogel afschiet. Hij zingt Siegmund met een grote, stralende tenor. Zijn vertolking van "Ein Schwert verhiess mir der Vater" zit vol nuances die een volleerde liedzanger niet zou kunnen verbeteren.

Bianca Andrew is een adembenemende Fricka. Haar hoge mezzo priemt door het orkest en doorheen Wotans verdediging. Ze houdt constant de aandacht van het publiek vast, wat haar monoloog tot een volgend hoogtepunt van de avond maakte. Christiane Libor was 13 jaar geleden nog de Parijse Gutrune (en eerder zelfs Ada in de Wagnercuriositeit "Die Feen"). Ondertussen is ze gepromoveerd tot Brünnhilde. Haar entree maakt meteen indruk. Ze slingert moeiteloos de Hojotoho's de zaal in terwijl ze op speelse manier Wotans geduld op de proef stelt door met zijn stropdas te spelen. Haar noten een paar octaven dieper zijn wel onbestaande, maar haar pleidooi in het derde bedrijf is overtuigend.

Simon Bailey zet een magistrale Wotan neer, zowel op theatraal als vocaal vlak. Hij begint zijn grote monoloog - "Als junger Liebe Lust mir verblich, verlangte nach Macht mein Mut" - in perfect mezza voce. Zijn benadering deed me meteen terugdenken aan de manier waarop James Morris deze rol meer dan 20 jaar geleden in Luik zong. Bailey bouwt de monoloog gestadig op, op geen enkel moment verslapt de aandacht, waardoor het één grote spannende vertelling wordt. Als hij uiteindelijk in elkaar zakt bij "Auf geb' ich mein Werk; nur eines will ich noch: das Ende." voel je medeleven bij zijn onmacht. Als hij in het derde bedrijf Brünnhilde te slapen legt op de rots, heeft zijn "Abschied" een vergelijkbare emotionele diepgang. Een meesterstuk !

Publicatie: donderdag 25 juli 2024 om 09:18
Rubriek: Opera