Il Grand' Inquisitor

La straniera in Karlsruhe

Bellini's La straniera is één van die opera's die ik enkel van naam ken, maar nog nooit gehoord had (zelfs niet op CD). De (weliswaar semi-scenische) productie in Karlsruhe was dan ook een ontdekking.


Arturo, Alaide (foto © Felix Grünschloß)

Het is begrijpelijk dat deze opera heel zelden opgevoerd wordt, vooral omwille van het weinig doorzichtige verhaal, ondanks de fantastische muziek. Het verhaal is gebaseerd op de roman "L'Étrangère" van Victor d'Arlincourt, dat op zijn beurt gebaseerd is op historische feiten van de huwelijksperikelen van de Franse koning Philippe II (1165-1223). Een dag na zijn huwelijk met de Deense prinses Ingeborg wilde hij zijn huwelijk al laten ontbinden. Desalniettemin trouwt hij met Agnès de Méranie, maar verbant haar na protest van de paus en Ingeborg (die uiteraard koningin van Frankrijk wil blijven). Agnès sterft waardoor hij toch niet in de ban van de kerk gedaan wordt wegens bigamie.

De opera begint op het moment dat Agnès, onder de schuilnaam Alaide (de "vreemde" van de titel), in ballingschap leeft in Bretagne, waar haar broer Leopoldo (alias Valdeburgo) een oogje in het zeil houdt. In dat dorpje loopt uiteraard ook een tenor rond, Arturo, die op het punt staat te trouwen met Isoletta... maar hij wordt uiteraard verliefd op Alaide. Hij gaat een duel aan met Valdeburgo omdat hij denkt dat hij een liefdesrivaal is, beiden verdwijnen in een meer en Alaide wordt beschuldigd van de moord op Arturo, onder andere door de intrigant Osburgo. Tijdens het proces voor de Prior duiken de twee mannen levend en wel op. Tenslotte komt het verlossende nieuws dat Ingeborg gestorven is en Agnès plots koningin van Frankrijk wordt. Arturo pleegt zelfmoord en Agnès wordt waanzinnig.

De oorspronkelijke roman van Arlincourt was welbekend toen de opera in 1829 in de Scala in première ging, maar zonder deze kennis blijft het operalibretto vrij ondoorgrondelijk. In Karlsruhe lossen ze dit op door Matthias Wohlbrecht, de vertolker van Osburgo, ook een rol als verteller te geven. Tijdens de voorstelling onderbreekt hij af en toe de opera - vooral in het eerste bedrijf - om op een humoristische manier duiding te geven bij de achtergrond, wat niet zo heel erg stoort gezien de semi-scenische uitvoering. Er werd wel hier en daar geknipt, onder andere de volledige rol van Montolino, Isoletta's vader.

Nu, dat semi-scenische leunt heel dicht aan bij een volwaardige enscenering (regisseur Tobias Ribitzki). Het orkest zit in de orkestbak, er zijn decors en kostuums (naar verluidt gerecycleerd van oude producties van respectievelijk "Die lustige Witwe" en "Anna Bolena") en de interactie tussen de protagonisten is geregisseerd. Het enige "concertante" is het koor dat statisch opgesteld staat en met partituur zingt.

Attilio Cremonesi dirigeert de Badische Staatskapelle en leidt een verrassend goede bezetting, met Ina Schlingensiepen op kop. Ze zingt Alaide met een grote stem en trefzekere coloraturen. Jenish Ysmanov heeft een aangename lyrische tenor en zingt een passionele Arturo. Armin Kolarczyk is een degelijke Valdeburgo, maar klinkt soms wat stroef. Florence Losseau beschikt dan weer over een prachtige mezzo, waarmee ze als Isoletta de show steelt... voor mij de ontdekking van de avond. Liangliang Zhao zingt tenslotte de kleine rol van de Prior met een warme bas.

Publicatie: zondag 26 april 2026 om 09:15
Rubriek: Opera