Mazeppa in Dortmund
Mazeppa kennen we uiteraard in de versie van Tchaikovsky, maar Clémence de Grandval maakte er een Grand-Opéra van...

Matréna, Mazeppa (foto © Björn Hickmann)
Het was haar laatste opera (ze componeerde er een stuk of tien) die in 1892 in Bordeaux in première ging. Ze legt andere accenten dan Tchaikovsky al zijn er overeenkomsten: zo wordt de dochter van Kotchoubey - hier heet ze Matréna - ook verliefd op Mazeppa, echter zonder de incestueuze connotaties, en wordt ze ook waanzinnig op het einde van de opera. Iskra krijgt dan weer een belangrijkere rol als degene die Mazeppa ontmaskert als iemand die samenspant met de vijand om het paleis van Kotchoubey in te nemen. Uiteindelijk komt het volk in opstand en worden Mazeppa en Matréna vervloekt. De opera eindigt waar hij begon, in de steppe waar Matréna sterft.
Het is misschien wat anachronistisch om eind 19de eeuw nog een Grand-Opéra te componeren, maar deze Mazeppa heeft alle kenmerken van het genre: een historische achtergrond, een persoonlijke toets waarin keuzes gemaakt moeten worden (hier moet Matréna kiezen tussen Mazeppa en haar vader), en veel spektakel met grote koorscènes. Het is een prachtig werk dat het zeker verdient om vanonder het stof gehaald te worden.
Regisseur Martin G. Berger probeert er een heldenverhaal van te maken, door de fantasieën van Mazeppa met twee langere films weer te geven: één tijdens de ouverture, en één tijdens de prelude tot het vierde bedrijf. In de eerste zien we Mazeppa als superheld die de burgers van Dortmund beschermt tegen een of andere slechterik, rondvliegend als een soort Superman... alles gefilmd in de zwart-wit-stijl van de jaren 1920. In de tweede film zien we de jonge Mazeppa die belaagd wordt door drie grotere jongens en waaruit zijn fantasie als superheld groeit.
In de enscenering wordt dit allemaal werkelijkheid, afgezien van het rondvliegen, al wordt hij zelf de slechterik die ten val gebracht wordt door het volk. Het decor bestaat vooral uit een brede oplopende trap, wat enigszins de bewegingsvrijheid beperkt. Maar er was ook een pad voor de orkestbak gemaakt, wat bijvoorbeeld als steppe gebruikt wordt. Voor sommige scènes beweegt alles naar boven om zo bijvoorbeeld de "Batcave" van Mazeppa te tonen. Heel het superheldengedoe vond ik wat ver gezocht en voelde meer als iets om de actieloze momenten op te vullen.
Jordan de Souza leidt een sterke vocale bezetting en ook het belangrijke koor presteert uitmuntend. De twee hoofdrollen waren heel goed bezet. Mandla Mndebele zingt Mazeppa met een robuuste bariton, die zo in de grote dramatische rollen kan stappen. Anna Sohn heeft dan weer een prachtige lyrische sopraan, waarmee ze alle emoties van Matréna kan uitdrukken. Sungho Kim zingt met een stralende tenor, zijn Iskra doet soms wat aan een Werther denken (hij is uiteraard ook verliefd op Matréna). Artyom Wasnetsov was een degelijke Kotchoubey, al was zijn Frans grotendeels onverstaanbaar. Denis Velev was de religieuze leider met een mooie bas, maar wel met een sullige karaktertekening van Berger.
Kortom, zeer de moeite waard. Deze voorstelling was trouwens een co-productie met Palazzetto Bru Zane en er is al een CD-operaboek beschikbaar, weliswaar met een andere bezetting.
Publicatie: zaterdag 11 april 2026 om 09:37
Rubriek: Opera