Il Grand' Inquisitor

Sophie Karthäuser in Oxford

Het eerste avondrecital in de "Holywell Music Room" was volledig in lijn met het thema van het Oxford Lieder Festival dat opgebouwd is rond de dichters. In dit recital waren dat Eduard Mörike en Paul Eluard. Ze hadden daarvoor "onze" Sophie Karthäuser en de pianist Eugene Asti uitgenodigd.

Sommige dichters zijn bijna onlosmakelijk verbonden met bepaalde componisten, denk maar aan Heine-Schumann of Rückert-Mahler... of Mörike-Wolf. Paul Eluard was bevriend met Francis Poulenc die dan ook de belangrijkste Eluard-componist is. Zijn cyclus Tel jour, telle nuit was de afsluiter van de avond.

Een paar weken geleden schitterde Sophie Karthäuser nog in Die Schöpfung in het PSK en ik was dan ook benieuwd hoe het momenteel gesteld is met haar liederkwaliteiten. Het is heel spijtig dat ze heel afhankelijk was van de partituur, zeker als haar pupiter zo hoog opgesteld was dat ze bijna onzichtbaar werd. Vocaal was ze gisteren ook niet altijd in even goede doen. Mogelijk had ze last van een opkomende of nawerkende verkoudheid, regelmatig keerde ze - gewapend met een zakdoek - haar rug naar het publiek. Het waren vooral haar piano hoge noten die eronder leden: aanvankelijk waren ze een stemloos gefluister en als ze dan toch iets meer steun kregen, kraakten ze lichtjes. Maar de rest van haar stem was prachtig.

De Poulenc-cyclus werd voorafgegaan door drie andere Eluard-liederen met een opmerkelijke Tu vois le feu du soir. De strofe "Tu vois un bel enfant" kreeg een ontroerende innigheid mee, gevolgd door een expansie die herinneringen oproepen aan Poulencs enige opera. Er was nog zo'n Dialogues-moment op het einde van Une roulotte couverte en tuiles ("Ce mélodrame nous arrache la raison du coeur"), het vierde lied van Tel jour, telle nuit, dat afgebroken wordt als kwam er een guillotine aan te pas. Dit werd gevolgd door een energieke vertolking van A toutes brides. De cyclus kende zijn hoogtepunt met Figure de force brûlante et farouche. De eerste strofe was een vocale uitbarsting en werd gevolgd door een strofe met gedragen autoriteit om uit te monden in een forte gezongen strofe waarbij Karthäusers stem constant mooi bleef klinken. En uiteraard is haar Frans onder alle omstandigheden perfect verstaanbaar.

Eugene Asti heeft ook een aantal teksten van Eluard getoonzet, al zijn de dimensies bescheidener. Onze Haï-Kaïs zijn elf miniatuurtjes in een lyrische, Poulenc-achtige sfeer die Asti op maat van Karthäuser gecomponeerd heeft. Elk lied omvat een haikai, een Japanse dichtvorm waarvan de haiku een bekende ondervorm is. Het slotlied heeft bijvoorbeeld als tekst:

Une plume donne au chapeau
Un air de légèreté
La cheminée fume.

Voor de pauze stonden dus Mörike-liederen op het programma, hoofdzakelijk van Wolf, maar ook Schumann heeft een aantal Mörike-liederen geschreven. Maar het probleem van de Schumann-versies is dat Wolf zo dominant is dat als je de tekst van Das verlassene Mägdlein of Der Gärtner hoort, je er automatisch de muziek van Wolf bijhoort.

De Wolf-vertolkingen van Karthäuser haalden wel niet het niveau van haar Poulenc. Maar ze lenen zich wel meer tot expressieve interpretaties, zoals een charmante uitvoering van Der Knabe und das Immlein. Vertedering was alomtegenwoordig in Elfenlied en alhoewel Bei einer Trauung vaak als een humoristische afsluiter gezongen wordt, bracht zij het met een onverwachte serieux. Voor het enige bisnummer bleven ze bij Wolf met Wiegenlied im Sommer.

Publicatie: zondag 18 oktober 2015 om 09:39
Rubriek: Liedrecital