Il Grand' Inquisitor

Don Giovanni in de Munt

Het is al meer dan tien jaar geleden dat Don Giovanni nog eens op het programma van de Munt stond. Dat was toen in de productie van David McVicar, die ik nog altijd als een van de betere producties uit het Foccroule-tijdperk beschouw, maar die nooit hernomen werd. Dat hadden ze beter wel gedaan, want de productie van Krzysztof Warlikowski is een onsamenhangend zootje.


foto's © Bernd Uhlig

Het begint al meteen in de eerste scène. Don Giovanni, Leporello en Donna Anna zitten in de koninklijke loge terwijl tijdens de ouverture op het podium een porno-film geprojecteerd wordt met de Don in de hoofdrol. Terwijl zitten Don Giovanni en Donna Anna te flikflooien en schiet Don Giovanni de Commendatore koud neer. Dat roept al meteen vragen op hoe hij later "Or sai chi l'onore" en de voorafgaande scène, waarin Donna Anna "beseft" dat Don Giovanni haar vader vermoord heeft, gaat oplossen. Niet dus.

Een hele scène in de koninklijke loge laten spelen, heeft ook het praktische nadeel dat een groot deel van het publiek nauwelijks iets ziet van die scène. Hij lost dat min of meer op door videobeelden te projecteren van wat er gebeurt. Maar dat is maar een halve oplossing. De beelden zijn meestal close-up, waardoor je nooit het hele plaatje hebt. Daarenboven zit er een fractie van een seconde vertraging op, waardoor het lijkt alsof je naar een slecht gedubde film zit te kijken. Zeer irritant.

Het onvermogen van Warlikowski om een koor te regisseren werd in deze voorstelling nog maar eens bevestigd en hij steekt het koor dus weer in de orkestbak. In Don Giovanni is het koor wel niet zo uitgebreid, maar hun korte interventies zijn wel functioneel. Als het trouwfeest van Zerlina en Masetto geen koorgasten heeft, dan wordt een groot deel van de tekst belachelijk. En de scène waarin de verklede Don Giovanni Masetto een lesje leert, slaat al helemaal nergens op zonder achterban. Maar ja, waarom zou je je iets aantrekken van het libretto als je eigen genialiteit die van Mozart en Da Ponte ruimschoots overtreft ?

Het feestmaal bij Don Giovanni is wel redelijk goed. Don Giovanni snijdt zelf de carpaccio die hij nadien opeet. Op de snijtafel snijdt hij nadien zijn eigen keel over terwijl de Commendatore een emmer bloed over zijn hoofd giet. De Commendatore zit trouwens al van bij het begin van die scène mee aan tafel, weliswaar met een Ku Klux Klan-kap over zijn hoofd. En dan moet je weten dat de rol gezongen werd door Sir Willard White... de wansmaak kent echt geen grenzen.

De opera lijkt te eindigen zonder de gebruikelijke epiloog. Na de dood van Don Giovanni gaat het licht uit, het publiek applaudisseert en de zangers komen groeten... en daarna wordt de epiloog pas gezongen. Uiteraard moet Donna Anna tijdens die epiloog ook nog een kogel door het hoofd van Don Ottavio jagen.

En dan heb ik het nog niet gehad over de verschillende seksscènes of de idioot bibberende danseres die op het einde van het eerste bedrijf het meest indrukwekkende boegeroep, dat ik ooit in de Munt gehoord heb, uitlokt door nog een halve minuut te blijven nahijgen.

Ik vraag me toch af hoeveel meesterwerken Warlikowski nog moet verknallen voor men doorheeft dat deze keizer geen kleren aanheeft ?

Ook muzikaal is het ver van perfect. Ludovic Morlot dirigeerde wel goed, zij het soms wat traag. Maar het zijn de recitatieven die rampzalig zijn. Die worden vertraagd en uitgerokken, op het slaapverwekkende af. Er worden pauzes ingelast die alle stuwing uit de tekst halen. Ik kan me niet voorstellen dat de dirigent dit zelf bedacht heeft en het zou me dan ook niet verbazen dat deze onmuzikale regie van de recitatieven ook opgedrongen werd door Warlikowski. Je zou voor minder ontslag nemen...

Bij de zangers zijn het vooral de mannen die goed scoren. Jean-Sébastien Bou was een uitstekende Don, binnen de krijtlijnen die door Warlikowski uitgezet werden. Andreas Wolf heeft niet de typische basklank voor Leporello, maar met zijn mooie lyrische stem zingt hij wel een elegante Cataloogaria. Maar het is vooral Jean-Luc Ballestra die een schitterende Masetto zingt, met een stem die ik meteen als Don Giovanni wil horen.

De zwakste mannelijke schakel is echter Topi Lehtipuu als Don Ottavio. Zijn "Dalla sua pace" ging nog goed, maar hij zong zowat de slechtste "Il mio tesore" die ik ooit gehoord heb. Extra adempauzes, geaspireeerde consola-ha-ha-hars en lelijke kleekklanken maken de aria een beproeving.

Bij de vrouwen is het niet veel beter. Julie Mathevet is een middelmatige Zerlina. Rinat Shaham is eerder een mezzo dan een sopraan. Zeker in een aria als "Ah, chi mi dice mai" gaat ze de mist in, met hoge noten die niet altijd even juist waren. Maar haar mezzo-klanken kwamen dan wel weer beter tot hun recht in "Mi tradi". Barbara Hannigan beschikt wel over de mogelijkheden om Donna Anna te zingen, al overdrijft ze soms haar expressieve inleving in de recitatieven. Vooral in "Or sai chi l'onore" wordt het lachwekkend.

Publicatie: vrijdag 19 december 2014 om 09:21
Rubriek: Opera