Alice Coote in Oxford
Met "The Rebellious Recital" hadden Alice Coote en Julius Drake een intrigerende titel bedacht voor hun recital in de Holywell Music Room gisteren...

(foto © Phil Sharp)
Maar eerst kregen we nog een jong liedduo. Archie Inns en Alfred Fardell vertolkten Butterworths Six Songs from A Shropshire Lad. Dat kan een aangrijpende cyclus zijn, maar dat was nu nog niet het geval. Inns heeft een aangename tenor, al zit er nog een beetje ruis op zijn registerovergang. In Loveliest of trees wordt een mooie sfeer geëvoceerd, voor de rest kabbelt de cyclus voorbij tot Is my team ploughing?.
Het rebelse van het Coote-recital zit hem in het combineren van allerlei componisten (26 liederen van evenveel componisten), stijlen en tijdperken, van Bach en Handel tot Jacques Brel en David Bowie, en alles daartussenin. Het programma was ingedeeld in vier blokken, elk met hun eigen thema of structuur, waarbij elk lied meteen overging in het volgende.
In het eerste blok werden telkens twee liederen aan elkaar gekoppeld. In het eerste lied, Speak, music! van Elgar, krijgen we meteen een indruk van wat Coote in haar mars heeft. Ze vult moeiteloos de hele zaal met haar indrukwekkende mezzo. Ook als ze piano zingt, voel je dat er nog veel vocale reserve is. Zo gaat Handels Quando mai, spietata sorte uit Radamisto, over in Wagners Schmerzen. Daarbij lijkt het wel alsof we hier een Brünnhilde horen die haar "Siegesheld" Götterdämmerungsgewijs wakker schudt.
Eenzaamheid in al zijn aspecten is het overheersende thema van het tweede groepje liederen: van Kurt Weills It never was you - "I've been searching through the lands for a certain pair of arms" - tot het dronkenmanslied Sitz ich allein uit Myrthen. Een inventief idee was het om tussen Life on Mars van David Bowie enerzijds en Borderline van Joni Mitchell anderzijds, Ich bin der Welt abhanden gekommen te zingen. Het was een prachtige uitvoering, waarbij ook Julius Drake voor een keer niet te luid speelde en Coote alle nuances van het piano verkende.
Na de pauze stond de liefde en de dood centraal. Coote zingt Les chemins de l'amour met een sensuele stem "Je vais sans retrouver traces dans mon coeur". Voor L'heure exquise duikt ze in haar opwindend laag register voor "rêvons, c'est l'heure". Na een vrolijke Seligkeit leek Quilters Love's Philosophy me iets te snel, aangezien het een van de weinige momenten van de avond was waarop ze onverstaanbaar werd.
In het laatste deel van de avond kon er geen groter contrast zijn tussen het rauwe, maar tegelijkertijd ook ontroerende, You Can Have Him van Irving Berlin dat ze met brede vocale borstelstrepen zong, en Bist du bei mir. Ik vraag me wel af waarom ze My Death zong in plaats van het Franse origineel "La Mort". Het eerste is een nietszeggend popnummer, het tweede is karakteristieke Jacques Brel en een stuk interessanter. Het recital werd afgesloten met de Lennon-song Imagine dat mooi overging in Strauss' Morgen... al heb ik dat lied al mooier horen zingen.
Voor het bisnummer sprongen ze terug naar het begin van het recital en maakten ze er meteen een dubbel-bisnummer van met An die Musik dat naadloos aansloot bij Golden Slumbers. Schubert en The Beatles in één adem, rebelser kan het niet worden...
Publicatie: vrijdag 16 oktober 2026 om 11:14
Rubriek: Liedrecital