Il Grand' Inquisitor

Robin Tritschler in Oxford

Ik moet toegeven dat ik geen hoge verwachtingen had van een programma met een belachelijke hoeveelheid liederen van Britten. Maar Robin Tritschler en Malcolm Martineau maakten het namiddagrecital tot wat nu al een van de hoogtepunten van het festival zal blijken te zijn...

In overeenstemming met het festivalthema "Love Songs" hadden ze hun recital de titel "Britten in Love" gegeven. Daarbij denkt men in de eerste plaats aan Peter Pears. Maar in de eerste helft van het recital ging het over de mij onbekende Lennox Berkeley. Ik heb me nooit echt verdiept in de biografie van Britten, maar Britten had van 1936 tot 1938 een korte relatie met de tien jaar jongere Berkeley. Nadien bleven ze wel vrienden, Britten zou zelfs de peter van Berkeley's oudste zoon worden. Lennox Berkeley was ook een componist en tijdens het eerste deel van het recital kregen we een afwisseling van liederen van Britten en Berkeley, overwegend op gedichten van W.H.Auden.

Wie Tritschler enkel zou kennen van zijn recente optreden in De Materie, krijgt een totaal ander beeld als je hem als liedzanger bezig hoort. Het beste voorbeeld was het laatste lied voor de pauze, Brittens Tell me the Truth About Love. Men had een foute tekst afgedrukt in het programmaboekje, waardoor het publiek gedwongen werd om te luisteren in plaats van te lezen. En dan valt des te meer op met welke perfecte dictie hij de tekst overbrengt, hoe hij contact maakt met het publiek met wisselende gelaatsuitdrukkingen, en hoe hij tekst inkleurt met de nodige humor. Iedereen hing aan zijn lippen.

Maar elk lied werd op een of andere manier een pareltje. Hij begint Underneath the abject willow vertellend om over te gaan in een lyrisch middendeel om snel en bruisend af te ronden. In het eerste deel van To lie flat on the back krijgen we ook een mooie beschrijving van "the casual life outside the heart" om dan de spanning op te bouwen tot de verschillende onbeantwoorde vragen die in het tweede deel gesteld worden. Lay your sleeping head my love van Berkeley begint ontroerend mooi, bereikt een dramatisch hoogtepunt als de "fashionable madmen raise their pedantic boring cry", om hartverscheurend te eindigen... "nights of insult let you pass watched by every human love".

Het tweede deel van het recital draaide rond Brittens relatie met Peter Pears en de liederen die hij voor hem componeerde. We kregen twee onderscheiden groepjes van liederen: eerst de strikte vormen van sonnetten, gevolgd door een aantal volksliedbewerkingen. Drie Holy Sonnets of John Donne werden afgewisseld met twee (Italiaanse) sonnetten van Michelangelo, waarvan Sonetto XXXI me om een of andere reden aan Gianni Schichi deed denken, terwijl Sonetto XXXII dan weer een razendsnel ratellied is dat mooi contrasteerde met het trage en lyrische Since she whom I love hath payd her last debt. Voor de volksliedbewerkingen was hun keuze op eerder verdrietige liederen gevallen, briljant vertolkt door Tritschler. En aangezien die bewerkingen zich vooral in de piano afspelen was dit een uitgelezen moment voor Martineau om te schitteren met een tinkelende piano in The ash grove, een prachtige begeleiding van Down by the Salley Gardens of een hele fabriek met malende machines in het aangrijpende The Miller of Dee.

Ze sloten de middag af met het ontroerende Music For A While van Purcell als bisnummer, uiteraard ook in een bewerking van Britten. Trouwens, en misschien iets minder belangrijk, maar Tritschler is nog een van die zangers die zich deftig weet te kleden in driedelig pak en das. Het is eens iets anders dan te moeten kijken naar zangers in T-shirt, te korte broeken, openhangende hemden of te kleine vesten...

Publicatie: maandag 12 oktober 2026 om 09:34
Rubriek: Liedrecital