Il Grand' Inquisitor

Magdalena Kozena in de Munt

Het is weeral meer dan tien jaar geleden dat ik Magdalena Kozena nog eens liederen heb horen zingen. Gisteren gaf ze samen met pianist Ohad Ben-Ari een weergaloos recital in de Munt.

Kozena's stem klinkt wel iets harder en iets minder flexibel in vergelijking met vroeger, maar haar expressieve zeggingskracht blijft nog altijd even verbluffend. In een eerste deel met Brahmsliederen over verloren, onbereikbare en andere liefdes betovert ze van meet af aan met Meine Liebe ist grün en slorpt ze je op in haar wereld. De pijn in Nachtigall - "er dringet mir durch Mark und Bein" - wordt tasbaar. In Ankläge is een onderhuids verdriet voelbaar, alsof het spinnen van haar bruidskleed een zinloze taak geworden is. In het begin van Unbewegte laue Luft laat ze de tijd even adembenemend stil staan om dan het lied op te bouwen tot een passioneel slot "O komm, damit wir uns himmlische Genüge geben".

Al deze liederen staan trouwens ook op haar recentste opname Nostalgia, net zoals de twee cycli van Mussorgsky en Bartok waarmee ze de avond zou afsluiten. Maar bij Kozena mag het Tsjechisch liedrepertoire nooit ontbreken. Deze keer had ze een selectie gemaakt uit de Avondliederen van Dvorak en de Nieuwe anthologie van Martinu, liederen die mij onbekend waren. Bij de Dvorakliederen sloeg ze me met verstomming met een spannende en meeslepende vertolking van de ballade Ik ben die sprookjesridder. Het laatste lied, Ik droomde dat je gestorven was, was beklemmend in de manier waarop ze haar pijn en verdriet uitdrukte. Mijn hart werd in stukken gescheurd, vlak voor ik de pauze inging.

De liederen van Martinu vormden een gevarieerd groepje, dat de perfecte opmaat was voor de twee cycli die erna kwamen. Een rijk liefje klinkt als een volkslied, Kozena zong Wens met een kinderlijke naïviteit, ze flirt als Een vrolijk meisje. Een droevige minnaar is dan weer een serieus lied, met een spaarzame piano en toch een paar messcherpe akkoorden. Het kinderlijke kon ze volop uitspelen in de kinderkamer Detskaya van Mussorgsky. Ze speelt volop met vocale kleuren om een onderscheid te maken tussen de boeman en de tsaar in Met het kindermeisje, of om in het grappige Avondgebed de nanoesjka een andere stem te geven dan het kindje.

Bartoks Dorpstaferelen is weer een cyclus die ik nog ooit live gehoord heb. Je zou het een soort Hongaarse "Frauenliebe und -leben" kunnen noemen. De zang is vrij eenvoudig en gebaseerd op volksmelodieën, maar er gebeurt vanalles in de pianopartij. Het is hier dat Ohad Ben-Ari volop op het voorplan kon treden (alhoewel hij ook in de andere liederen prominent aanwezig was)... vierkant harkend in Bij het hooien, vrij hard in Het huwelijk terwijl Kozena opzwepende kreten uitstoot, sfeervol oosters getint in het Wiegelied of dansant virtuoos in de Dans van de jongelingen.

Voor de bisnummers namen ze de omgekeerde weg en keerden ze via Tsjechië en Janaceks ontroerende Lavečka terug naar Brahms en zijn Mädchenlied.

Publicatie: donderdag 16 december 2021 om 08:29
Rubriek: Liedrecital