Konstantin Krimmel in Schwarzenberg (1/3)
Af en toe nodigt de Schubertiade één duo uit om de drie Schubert-cycli uit te voeren. Deze week is dat ook het geval, met Konstantin Krimmel en Ammiel Bushakevitz. Ze beginnen uiteraard met Die schöne Müllerin.
(foto © Schubertiade Schwarzenberg)
Toen we hem hier twee jaar geleden de Müllerin hoorden zingen - toen met Daniel Heide aan de piano - sloeg zijn vertolking in als een bom. Nu weten we wat we kunnen verwachten en kunnen we nog dieper duiken in al zijn ideeën, versieringen en interpretatieve details. Als pure verteller kent Krimmel zijn gelijke niet. In Bushakevitz heeft hij de ideale partner gevonden die ook allerlei details uit de partituur in de verf zet. Zo evoceert hij de draaiende molen in Halt!, of verkleint in Morgengruss naar pianissimo bij "ihr schlummertrunknen Äuglein" om de molenaarsdochter toch nog niet te wekken, of horen we de jachthoorn in Die böse Farbe. Om de "Meister" meer gewicht te geven in Am Feierabend gebruikt hij heel veel pedaal. Krimmels vertolking van dat lied is trouwens een studie op zich waard van de wanhoop van de molenaarsknecht tot de ironie waarmee het meisje "Allen eine Gute Nacht" wenst.
Opvallend was de uitvoering van Tränenregen. In de derde strofe wordt de molenaarsknecht helemaal verliefd op de molenaarsdochter - "ich schaute nach ihrem Bilde, nach ihrem Auge allein" - en om dat gevoel te laten doordringen rekt Bushakevitz het tussenspel tussen de vierde en vijfde strofe nog wat uit. De kurkdroge pianopartij van Trockne Blumen wordt nog eens in herinnering gebracht in de laatste strofe van Des Baches Wiegenlied. In Trockne Blumen laten ze trouwens ook nog een lange pauze vallen na "Ihr Blümlein alle wovon so nass?" om het publiek even over de vraag te laten nadenken voor het antwoord te geven "Ach, Tränen...".
In de relatie tussen het beekje en de molenaarsknecht bestrijkt Krimmel een breed spectrum aan emoties en gevoelens. Het is vaak liefdevol, zoals in Halt! - "Ei, Bächlein, liebes Bächlein, war es also gemeint" - of in Der Neugierige - "O Bächlein meiner Liebe, wie bist du heut' so stumm". Maar hij verwijt het beekje ook in Wohin?: "Du hast mit deinem Rauschen mir ganz berauscht den Sinn". En na een adembenemende Der Jäger moet het beekje in Eifersucht und Stolz de woede van de jongen ondergaan als "mein lieber Bach" een sarcastische toon krijgt.
Het blijft een belevenis om Krimmel Die schöne Müllerin te horen zingen... en de rest van het publiek bleek er ook zo over te denken. Na tien seconden pauze was er meteen een zeldzame staande ovatie. Na lang aandringen, waren ze toch te vermurwen tot een bisnummer. Na een omstandige uitleg over het omdraaien van de rollen zong hij Loewes Süsses Begräbniss, waar het een "Schäferin" is die sterft: "ach, wie haben sie dich so süss begraben".
Of de molenaarsknecht het überhaupt overleeft, is volgens Krimmel een discussiepunt met collega-zangers. Wat mij betreft, is daar geen twijfel over. En ook in hun vertolking van Der Müller und der Bach is dat duidelijk. In het eerste Müller-deel horen we in Bushakevitz' piano al iets dat aan Der Leiermann doet denken. En de manier waarop Krimmel de laatste strofe zingt - "Ach, unten, da unten, die kühle Ruh'" - maakt ook duidelijk dat dit het moment is waarop de molenaarsknecht in het beekje verdrinkt... zeker als Bushakevitz het slotakkoord heel lang laat uitsterven.
Publicatie: maandag 25 augustus 2025 om 12:14
Rubriek: Liedrecital