Roméo et Juliette in de Munt
Net zoals Opera Vlaanderen met Macbeth, opent de Munt haar seizoen ook met een Shakespeare-opera... de tegenwoordig nog zelden opgevoerde Roméo et Juliette.

Roméo, Juliette (foto © Simon Van Rompay)
Ooit was Gounods opera nog een repertoirestuk, maar om een of andere reden is het de laatste decennia wat in de vergetelheid geraakt. Ikzelf heb bijvoorbeeld de laatste 30 jaar al vaker de minder bekende Bellini-versie gehoord dan die van Gounod. En ook in de Munt is het al bijna 70 jaar geleden dat Roméo et Juliette nog te horen was. Maar zoals ze bij het begin van haar aanstelling aankondigde, is het de bedoeling van Christina Scheppelmann om al lang niet meer gespeelde opera's terug op de planken te brengen.
Een nieuwe intendant betekent ook dat we verschillende nieuwe namen kunnen ontdekken. Julia Burbach is er daar één van... wat mij betreft is het een regisseur die nog mag terugkomen. Haar productie van Roméo et Juliette is visueel prachtig, heeft vaart en zit vol interessante vondsten. Zo begint ze de voorstelling met de gechoreografeerde ouverture (choreografie van Cameron McMillan) met een zestal dansers die in de loop van de voorstelling op cruciale momenten terugkeren.
Cécile Trémolières heeft een eenheidsdecor ontworpen bestaande uit een glooiend podium, achteraan afgesloten met een dradengordijn en daarachter wat trappen. Af en toe komen doorzichtige pilaren naar beneden om bijvoorbeeld het Capulet-paleis of de kapel van Frère Laurent te evoceren. Het beroemde balkon is er niet, maar als Roméo in het tweede bedrijf zijn cavatine zingt, dan komt Juliette achter het dradengordijn voorbijgevlogen.
Voor de twee laatste bedrijven bedekt ze een deel van het decor met een laagje water. Daarin pronkt het grote huwelijksbed voor de "Nuit d'hyménée". Na de schijndood van Juliette wordt het haar graf. De dansers duwen op dat moment het bed door het water met een rechtopzittende Juliette alsof ze de Styx oversteekt. Een mooi beeld.
Trémolières is ook verantwoordelijk voor de kostuums die vol symboliek zitten, vooral bij Juliette wier kostuums evolueren van een statig rode jurk over een maagdelijk Maria-blauw-wit kleed naar een besmeurd slaapkleed. Ze heeft zich ook kunnen uitleven voor het bal van het eerste bedrijf waar ze zich duidelijk geïnspireerd heeft op andere Shakespeare-werken. We zien een Hamletfiguur met doodskop, de drie koningen uit Macbeth, verschillende andere koningen, en zelfs elfjes die uit Midsummer weggelopen zouden kunnen zijn. Het is iets te opvallend om toeval te zijn.
Valentina Peleggi is ook een nieuwe naam. Ze ontlokt uit het Muntorkest een gebalde en glanzende intensiteit zonder te zangers te overstemmen. Voor de twee protagonisten zijn er twee bezettingen voorzien. Ik hoorde gisteren de "tweede" bezetting die aangevoerd werd door Kseniia Proshina. Ze zingt een prachtige Juliette met een mooie en grote sopraan, die voldoende flexibiliteit (én trillers) heeft voor haar beroemde wals "Je veux vivre". Maar ze beschikt ook over het dramatisch gewicht voor "Amour ranime mon courage", daarenboven zingt ze uitstekend Frans.
Bij Airam Hernández hapert het op dat vlak soms. Hij zingt een stevige Roméo, soms iets te stevig. Zijn stem klinkt bijvoorbeeld iets te zwaar voor "Ah, lève toi soleil" waar ik toch iets meer Franse elegantie en lichtheid zou willen horen. Hij probeert nuance te brengen door af en toe mezza voce te zingen, maar dan draagt zijn stem niet meer. Maar hij overtuigt bijvoorbeeld wel met "Salut tombeau, sombre et silencieux".
Maxim Kuzmin-Karavaev is een mooi zingende Frère Laurent, al zijn zijn laagste noten quasi-onhoorbaar. Bij de kleinere rollen valt Florence Losseau weer op, die met haar mooie mezzo Stéphano's chanson "Que fais-tu, blanche tourterelle" zingt. Werner Van Mechelen is als Capulet de zanger met het mooiste Frans en Michael Arivony brengt een boeiende Mab-ballade.
Kortom... het Muntseizoen is goed gestart.
Publicatie: vrijdag 2 oktober 2026 om 08:23
Rubriek: Opera