Il Grand' Inquisitor

Konstantin Krimmel in Hohenems (1/2)

Bijna exact 50 jaar geleden, op 8 mei 1976, vond in de Rittersaal van het slot van Hohenems het eerste Schubertiadeconcert plaats. Dit gouden jubileum wordt deze week gevierd door identiek hetzelfde programma uit te voeren als toen.


(foto © Schubertiade)

In de beginjaren was Hermann Prey de bezieler van de Schubertiade, met als doel om mettertijd alle werken van Schubert uit te voeren. Na vijf jaar hield hij het voor bekeken - zijn plan bleek financieel niet haalbaar - maar de Schubertiade ging verder: in de jaren '80 in Feldkirch, en eind de jaren '90 voor het eerst in Schwarzenberg, waar nog altijd de zomer-Schubertiades doorgaan. In 2005 werd de Markus-Sittikus-Saal in Hohenems geopend waar nu de Schubertiades in het voor- en najaar plaatsvinden. Wie trouwens meer wil weten over de Schubertiade... ORF heeft recent een documentaire, Der Zauber der Schubertiade, uitgezonden die nog altijd te bekijken is.

In 1976 zong Hermann Prey zowel het openingsrecital als het slotrecital, met respectievelijk Leonard Hokanson en Karl Engel aan de piano. Konstantin Krimmel kreeg de eer om in Prey's voetstappen te treden en voerde gisteren diens programma "Ein Leben in Liedern" uit, samen met pianist Ammiel Bushakevitz. Het is een verhalende selectie liederen van een jongeman die de natuur intrekt, de liefde zoekt en verliest, en uiteindelijk sterft.

Krimmel begint goedgemutst met Der Pilgrim, overwint hindernissen - "Berge lagen mir im Wege" - om met een nadrukkelijke "das Dort ist niemals Hier" een bruggetje te slaan naar de Schiller-Sehnsucht. Zijn Ganymed was een van de indrukwekkendste vertolkingen van dit lied die ik ooit gehoord heb. Het eerste deel was pure schoonheid, sensueel in "du kühlst den brennenden Durst meines Busens" waarna hij vol verwachting door de wolken naar de "Alliebender Vater" reist.

Het tweede deel begint met een contrastrijke An die Leier, robuust als hij over heldendaden wil zingen, veel trager en zoetgevooisd als zijn lier hem liefdesliederen laat zingen. Met Der Blumenbrief, het minst bekende lied van de avond, stuurt hij bloemen naar zijn geliefde... een en al vertedering, maar toch met een andere sfeer als hij met de goudsbloem de vertwijfeling benoemt. De naam van zijn geliefde blijkt Alinde te zijn. Elke strofe wordt zijn bede "Hast, ..., mein Liebchen nicht gesehen?" iets wanhopiger. De reactie van de maaier, visser en jager krijgen subtiel andere vocale kleuren en gezichtsuitdrukkingen. Grandioos.

Het derde en vierde deel waren een emotionele uitputtingsslag. An die Entfernte zingt hij met een tederheid die aan Gute Nacht doet denken, waardoor het vervolg een soort mini-Winterreise wordt. Verdwaasd dwaalt hij als een zombie door de Seidl-Sehnsucht, "Mir fehlt mein Lieb". Im Frühling krijgt een verrassend positieve toon, waarbij de tedere herinneringen domineren. Na een stormachtige Über Wildemann lijkt de protagonist zich te verzoenen met de situatie in Erster Verlust.

Vanaf dan sluiten alle liederen naadloos aan elkaar tot de ultieme Todessehnsucht van Nachtstück. Maar deze ultieme reis begon met een donkere Fahrt zum Hades, een spirituele Totengräbers Heimwehe met de blik op oneindig als Krimmel een berustende en ijle "ich komm" zingt, om via Schwanengesang (Senn) het recital te beëindigen met het Mayrhofer-lied, waarin hij een paar extra noten improviseert.

Het was een indrukwekkend openingsrecital voor deze feest-Schubertiade. Na een dankwoordje stuurden ze met Korngolds Glückwunsch een "Blumenstrauss" naar Gerd Nachbauer, de huidige artistieke leider. Wie al dit moois ook wil horen, moet op 26 mei afstemmen op de Oostenrijkse radiozender Ö1.

Publicatie: donderdag 30 april 2026 om 11:34
Rubriek: Liedrecital